De opleiding begint met de oriëntatiefase. In deze fase maken studenten kennis met de opleiding, de manier van werken en de verschillende leerlijnen.
In deze fase verzamelen studenten ook datapunten per leerlijn en per unit om hun ontwikkeling te volgen. Aan de hand van het spinnenweb en dartbord wordt de voortgang zichtbaar gemaakt.
Na de oriëntatiefase gaan studenten naar de basisfase. In deze fase werken studenten aan verschillende projecten waarin zij hun technische vaardigheden ontwikkelen.
De projecten worden steeds complexer en studenten leren samenwerken in grotere teams aan langere opdrachten.
In de verdiepingsfase werken studenten aan complexere projecten en verdiepen zij hun technische kennis.
Studenten specialiseren zich verder en werken aan grotere, professionele opdrachten die aansluiten bij de IT-sector.
In de zelfstandigheidsfase gaan studenten naar de praktijk. Deze fase bestaat uit BPV, wat staat voor Beroepspraktijkvorming.
Studenten lopen stage bij een echt bedrijf en werken mee aan professionele projecten onder begeleiding van een praktijkbegeleider.
De laatste fase van de opleiding is de afstudeerfase. In deze fase laten studenten zien dat zij klaar zijn om als software developer te werken.
De afstudeerfase sluit af met de Proeve van Bekwaamheid (PvB), het officiële bewijsstuk dat de student alle benodigde competenties beheerst.